Puppy theorie

De socialisatieperiodes.

De meningen lopen nogal uiteen over deze periodes, de één verdeelt ze in 4 delen, de andere in 6. Ook worden ze anders genoemd.

Wij gaan voor het gemak maar even uit van 4, omdat dit praktischer uit te leggen is.

  1. Neonatale + overgangsfase—————————- 0-3 weken
  2. Soortgerichte socialisatie (inprenting fase)——— 3-8 weken
  3. Omgevingsgerichte socialisatie———————– 8-12 weken
  4. Secundaire fase——————————————- 12-16 weken

De neonatale fase.   0-3 weken

De neonatale fase is voor ons de minst belangrijke, de pups zijn in een beschermde omgeving en doen niet veel meer dan zogen, slapen, poepen en plassen. Het neusje werkt al volop om de tepel van moeders te kunnen lokaliseren, de oogjes en oortjes gaan open tussen de 10de en 14de dag. Toch moet er in deze periode iets heel erg belangrijks gebeuren en wel het vasthouden van de pups, ze leren al op zeer jonge leeftijd vertrouwd te raken met mensenhanden. Dit maakt dat ze op latere leeftijd graag geknuffeld willen worden, gebeurd dit vasthouden te weinig dan wordt het een hond die knuffelen en aanrakingen niet echt fijn vindt.

De soortgerichte socialisatie fase.   3-8 weken

Als de pups 3 weken oud zijn begint de gevoeligste en belangrijkste periode in hun leven, ze moet leren wie ze zijn, tot welke soort ze behoren. Want het is natuurlijk prettig om te weten wie je bent.

Als honden in hun latere leven alleen maar honden in contact zouden komen, was het verder een vrij simpel gegeven. Echter de hond leeft samen met de mens, dus inprenting op mensen is van levensbelang.

Dan komen we direct bij de definitie van een goede fokker, want in deze periode verblijft hij bij een fokker en hebben we als puppyeigenaar weinig invloed op de zaken. Een goede fokker heeft de pupjes in de huiskamer, waar ze al kunnen wennen aan de alledaagse geluiden, zoals de tv, de stofzuiger, dichtslaande deuren etc. Ook ben je bij een goede fokker vanaf 3 weken van harte welkom om bij de toekomstige pup te komen kijken en ze alvast te knuffelen. Dit alles maakt dat de pup met 8 weken al heel goed gesocialiseerd is, dit in tegenstelling tot een pup die ergens achteraf in een prikkelvrije omgeving opgroeit (schuur, garage) en niets ziet of hoort.

Deze pups zullen hier de rest van zijn leven last van houden. Ze passen zich moeilijker aan en hebben moeite met nieuwe dingen en veranderingen.

Ook zou een fokker nooit mogen fokken met een angstige hond, want angst is overerfelijk en de pups zullen al angstig gedrag in aanleg hebben, dit is ook in deze gevoelige periode niet weg te poetsen.

Wat heel kenmerkend is voor de inprentingsfase is dat de pupjes geen angst kennen, ze schrikken wel maar het lijkt ze verder niets te doen en is nooit traumatisch. Ze zullen er niet de rest van hun leven last van hebben. Een tekort aan prikkels levert problemen op en een overdosis geeft een goeie hond.

Het is dan ook belangrijk dat de pup met 7 weken gehaald wordt, hij kan nog inprenten op zijn nieuwe baasje en doordat hij geen angst kent zal de overgang naar zijn nieuwe baasje probleemloos verlopen.

Vanaf 8 weken gaan ze over naar de omgevingsgerichte socialisatie.

De omgevingsgerichte socialisatie.   8-12 weken

Waar het in de voorgaande fase ging over socialiseren op levende wezens gaat het nu meer om omgevingsprikkels. Het socialiseren op levende wezens blijft nog wel van essentieel belang, maar de pup zal zich veel meer bewust zijn van z’n omgeving dan in de inprentingfase. Hij is nu klaar voor de volgende stap in het programma: De wereld ontdekken!

In deze periode groeien de hersentjes van de pup in een rap tempo. Als de pups 16 weken oud zijn, is het hersenvolume al 80% van de uiteindelijke omvang

De 80% zegt alleen is over het volume en niets over de inhoud. De inhoud van de hersenen bestaan uit 2 stofjes in de wetenschap de witte en de grijze stof genaamd. Dit is niet alleen bij de hond het geval, maar bij elk zoogdier, inclusief de mens.

De essentie is dat deze stofjes verbindingen met elkaar aan moeten gaan.

Om een voorbeeld te geven: Je pup hoort en ziet een brommer, de beide stofjes maken hierdoor een verbinding aan in de hersenen.

Bij herhaling van het aanbieden van dezelfde prikkel, in dit geval de brommer, maakt dat de verbinding zo sterk wordt, dat hij voor altijd blijft.

Dat maakt dat als de hond later in zijn leven een brommer ziet en/of hoort hij dit zal herkennen en er geen angst voor heeft.

De ziekte van Alzheimer wordt veroorzaakt door het afsterven van de verbindingen in de hersenen, deze patiënten kunnen zich niets herinneren omdat er niks meer is om terug te vallen.

Als je hond niet uitgebreid socialiseert en hem niet een breed scala aan verschillende soorten prikkels aanbiedt, is het net of ze Alzheimer hebben, ze schrikken hun leven lang steeds maar opnieuw van hetzelfde, bijvoorbeeld van lawaai, mensen, honden, een paard, ga zo maar door.

En je pup mag toch minimaal van zijn nieuwe baasje verwachten dat hij niet angstig door het leven hoeft.

Waar de pup in de soortgerichte socialisatiefase geen angst kende, zal hij nu bij vreemde lawaai-makende en bewegende dingen vluchtgedrag laten zien. Echter heeft de natuur een mechanisme ingebouwd om er voor te zorgen dat de pup niet de hele dag in angst hoeft te leven.

Dat fenomeen noemen we de “natuurlijke nieuwsgierigheid”, de pup is zo geprogrammeerd dat hij dingen wel moet onderzoeken, hij zal in eerste instantie bij dreiging willen vluchten en steun bij de baasjes komen zoeken. Hij is echter zo nieuwsgierig dat hij uiteindelijk de vermeende prikkel uit  zichzelf gaat onderzoeken. Dit is voor jullie als eigenaar erg belangrijk om te weten, omdat we anders op de verkeerde momenten gaan lopen troosten of bij de prikkel weglopen, met als gevolg dat de pup niet de kans krijgt om zijn werk te doen.

Het is in deze periode dan ook zaak om dagelijks iets met de pup te ondernemen en hem verschillende en gevarieerde omgevingsprikkels aan te bieden. Doe dit niet alleen in en om het huis of in wijk waar je woont, maar ga echt met je pupje op pad, maak de wereld van je pup net zo groot als je eigen wereld.

Wat de essentie van deze paar weken zijn is dat hij alleen maar goeie ervaringen op doet.

In tegenstelling tot de soortgerichte socialisatie zijn ze nu heel traumagevoelig, deze trauma’s zijn echt voor de rest van zijn leven.

Om een voorbeeld te geven: Als je pupje in deze periode gegrepen wordt door een asociale hond, dan heb je een serieus probleem, dus voorzichtigheid is geboden en het is zaak om heel veel te belonen om op deze manier een prettig beeld van de wereld te krijgen.

Angst is in deze tijd een slechte raadgever, Parvo, hondenziekte, kennelhoest, waar ze ons niet bang voor maken. Het is heel simpel: Niet socialiseren geeft later absoluut problemen.

De Secundaire fase.   12-16 weken

De pup is inmiddels 12 weken oud als we de volgende fase in gaan, de secundaire fase. Het is belangrijk om nu verder te gaan met de omgevings-en soortgerichte socialisatie. Dit loopt gewoon door.

Doe je dit niet dan noemen we dit desocialiseren en breek je al het voorgaande werk weer af. In deze fase is het van belang dat je verbindingen in zijn hersens blijft uitbreiden en blijft versterken.

Deze fase wordt ook wel de rangordefase genoemd, een slecht gekozen term, maar ik kan me voorstellen dat men het zo ervaart, want onze pup begint voor eerst in zijn leven heel zelfstandig te doen en luistert ineens niet meer zo goed. Hij loopt ineens van je weg, dat is schrikken, wat nu?

Hier beginnen voor het eerst de problemen en dit komt omdat we één ding zijn vergeten: En wel het veelvuldig belonen van gewenst gedrag.

<<< Voorgeprogrammeerd       Belonen  >>>

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *